Logo Maarheeze nu 500px4 weekenddiensten5 aed1 evenement2 afval 33 openbaarvervoer6 politie7 helpende hand

nlenfrdeplroes
×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 42 niet laden
Historisch blog

Historisch blog (4)

dinsdag, 09 oktober 2018 09:34

Onze Grenskerk?????

Written by

Bij de vraag, om een stukje te schrijven over het Grenskerkmonument in het Weerterbos, heb ik het een en ander opgezocht. Heb me daarbij zitten af vragen of men wel zit te wachten op een overzicht van de geschiedenis van de 80-jarige oorlog. Of wat ertoe heeft geleid dat het katholieke geloof werd verboden. Dat was namelijk de oorzaak van het ontstaan van grenskerken. Nee dus, vermoed ik. Het is op zich wel interessant natuurlijk, als men is geïnteresseerd in de plaatselijke geschiedenis. Maar dat kunt u natuurlijk ook allemaal op internet vinden. Het grenskerkmonument is echter wel algemeen bekend in deze omgeving en daarom wil Maarheeze.nu er toch aandacht aan besteden. Velen van U zullen dat monument wel eens hebben bezocht. Misschien bent u er langsgekomen op weg naar de “bronstige herten”, naar "de Daatjeshoeve” of “Peerkesbos”, op zoek naar een lekker kopje koffie met gebak? Als u het informatiebord ter plaatse heeft gelezen, weet u al een stukje meer over dit Grenskerkmonument.

grenskerk

Niet direct zichtbaar is, dat dit monumentenkerkje niet het enige en eerste grenskerkje was dat hier in de streek was gevestigd. Het eerst schuilkerkje lag namelijk aan de Booldersdijk bij het Kievitsven, nu op Somerens grondgebied. In de tijd van het geloofsverbod, 1629-1672, over die tijd ongeveer praten we dus, was Weert nog Spaans grondgebied. Van dit eerste grenskerkje aan de Booldersdijk (vanuit Nederweert in de S-bocht voor de boerderij van het aardbeienvrouwtje,van Tulden langs, rechts het zandpad aanhouden) is echter buiten de archieven van de Minderbroeders van het Franciscaner klooster op de Biest in Weert) niets mee teruggevonden. Ware het niet dat er tot ver na de oorlog nog twee houten kruisen hebben gestaan. Dit volgens ooggetuigen die inmiddels zijn overleden.

Uit oude archieven van de Minderbroeders Franciscanen van de Biest in Weert blijkt dat katholieke gelovigen in 1632, uit Heeze, Leende, Geldrop, Tongelre (Eindhoven) en Nuenen, op de plaats van het huidige grensmonument, een gebedshuisje oftewel een bedehuisje hebben gebouwd. Het is te vinden aan de Grashutdijk 1 6030AA onder Nederweert. Ja, zeker het heeft zelfs een officieel postnummer. Helaas geen postbus ter plaatsen. De bewuste plek, groot ongeveer 24 are, lag plus minus 200 meter ten noorden van de boerderij de Grashut. Eigenaars waren de familie Van Steenbergen en voorheen familie Janssen. Het lag tegen het bos aan en was omgeven door een 2 meter diepe en 3 meter brede gracht. Het terrein was dicht begroeid met hoog struikgewas en doorgraven met greppels. Het midden gedeelte, als ook de oostelijke helft was enigszins verhoogd. Op dit hogere gedeelte vond men in 1953 bij het graven de eerste restanten, de fundering van gebakken steen die waarschijnlijk heeft gediend als voetstuk voor de stutbalk van het dak. Uit de vorm kon men opmaken dat het voormalige kerkje goed georiënteerd lag. Later werden er nog meer van zulke hoek-fundamenten aangetroffen. Het kerkje bleek ongeveer 12.50.meter lang en 6.50 meter breed. Het had, vermoedt men, houten wanden omdat er verder niets is gevonden aan stenen buitenmuren. Men vond wel nog enkele gebakken stenen vloertegels van 13 bij 13. Verder ook restanten van een priesterkoor. (Verhoging waarop de priester stond tijdens de mis.) De pijlers hadden een stenen fundering voor de stevigheid van het dak. Veel zal het gebouwtje niet zijn geweest. Waarschijnlijk in de vorm van een schuur, om het doel ervan te verbergen voor voorbijgangers. De Gemeente Weert kocht het stukje grond in 1953 aan en gaf opdracht aan de plaatselijke Geschied- en Oudheidkundige Kring “De Aldenborgh” Weert om het te restaureren en zo een herdenkingsteken op te richten uit eerbied voor de plaats waar eens door velen het Heilig Kruisoffer werd hernieuwd. Maar ook voor onze voorouders die zo een schitterend voorbeeld hebben gegeven van geloofsovertuiging. Je moet er anno 2018 nog maar eens mee komen. Maar dat is weer een ander verhaal. Op de avond van 8 juli 1956, tegen de avondschemering, terwijl de vogels hun avondlied zongen bij een ondergaande zon, werd het monument ingezegend in het bijzijn van tal van genodigden.

grenskerk 3

Het grappige wat mij opviel, bij het onderzoeken naar informatie, dat bijna alle omliggende gemeentes het grenskerkje beschrijven als behorende, min of meer, bij hun eigendom. Dit uiteraard in het kader van het toerisme. Maarheeze beschrijft het grenskerkje. (Lees onderstaande) Ook Someren kan er wat van wat dat betreft, maar die hebben het dan hoofdzakelijk over de eerste grenskerk, die van de Booldersdijk. Weert claimt de monumentenkerk terecht, maar ook Nederweert en Cranendonck maken daarover reclame om hun gemeente aan te prijzen.

Net over de gemeentegrens stond onder Weert een schuilkerk voor Maarheeze, even ten zuiden van de inmiddels verdwenen boerderij Grashut. Vanuit het dorp liep daar de Kerkdijk heen, ongeveer volgens de huidige hoogspanningsleiding. Aangegeven op de Meirerijkaart 1794 van Verhees. Weert lag niet in Staats-Brabant, dus in het buitenland, en zo werd het een uitwijkplaats voor katholieken uit Staats-Brabant dat onder protestants bestuur stond. Katholieken uit Maarheeze, Leende en Heeze, Sterksel, Soerendonk en Budel kwamen, voor hun godsdienstoefeningen bijeen in 'de buurt van 'de Grashut'. Omstreeks 1650 werd hier de 'grenskerk' gebouwd. De diensten werden verzorgd door de Minderbroeders. Het 'kerkje' is in 1956 weer 'opgebouwd'. Een laag gemetseld muurtje geeft de contouren van de voormalige grenskerk aan. Hierbinnen zijn een altaar en een aantal houten zitbanken geplaatst. Vooraf in 1953 werden ter plaatse van deze grenskerk opgravingen uitgevoerd door de Rijksdsienst (toenmalig ROB), waardoor men een juiste voorstelling kreeg van het bedehuis bij de Grashut.

Bron: artikel Internet van Jan Henkens.

Geschreven door Thea van den Bosch.

maandag, 24 september 2018 13:29

Den Aerdbrand, voormalig stukje natuur

Written by

Aerdbrand in Maarheeze.

De naam Aerdbrand zal menig oudere of van middelbare leeftijd uit Maarheeze wellicht nog iets zeggen. Jongeren hebben er zelfs nog nooit van gehoord. Waarom niet? Omdat het al lang geen onvervalst stukje natuur meer is, zoals het in de vijftiger jaren nog wel was. Nu zie je er alleen nog maar de groene weiden met de koeien van Robbert van Lendt. Het kleine busselke zoals ze hier zeggen, oftewel een groepje bomen, is het enige wat doet herinneren aan den Aartbrand (Erdbrand in het dialect). Al het water dat er toen stond is helemaal opgedroogd. Voorheen was er een groot ven. Het was een behoorlijk groot stuk natuur. Plusminus 4/5 hectaren groot, heb ik me laten vertellen. En waar kon je dat onvervalste stuk natuur in Maarheeze dan vinden?

Den Aerdbrand was gelegen aan de grens van het Limburgse landschap Kempenbroek. Nog wel net op Brabantse bodem, behorende bij de gemeente Cranendonck onder Maarheeze. Aan de Rijksweg die parallel loopt aan de A2 richting Weert. Op de hoek van de boerderijen van voorheen de familie Mulder en van de familie Van Lendt. De familie Mulder is er al langere tijd vertrokken, een braak stuk grond herinnert aan vergane jeugd van deze familie. Bij de buren, in dit geval Piet Rooijakkers in de tuin, vind je het enige plasje water dat er in de Aerdbrand nog te vinden is. In de vorm van een aangelegde vijver. Als je over de A2 voorbij suist kijk je er heel snel overheen.

aardbrand 1

Rond de tweede wereldoorlog en nog jaren daarna was het een stukje indrukwekkende natuur met zompige bodem, grassen bosschages en bomen, vooral berken. Natte grond, met een groot stuk water. Uitmondend in een groot ven van het gebied “Den Aardbrand. Hier hebben in het verleden vele Maarheezenaren hun vrije tijd wel eens doorgebracht. Vissen vangen, en wellicht heeft daar zo nu en dan, een paartje, elkander beter leren kennen. Er liepen herten rond, je vond er padden, kikkers en hagedissen, libellen, hommels en bijen, en natuurlijk (Het moest niet muggen) MUGGEN. Alles wat nu ook nog aan kleine insecten rond kruipt en vliegt in Maarheeze en omgeving.

In die gezellige jaren vijftig, als pa en moe de zondagsrust opzochten, de jeugd uitwaaierde naar alle windrichtingen, om na het lof in de Gertrudiskerk, van hun vrijheid te gaan profiteren. Ziet u het zich al voor u, in halflange, zondagse pof-boksen, zoiets als wat men nu een bermudabroek noemt, degelijk van stof, dat dan weer wel. Gemaakt door onze plaatselijke kleermaker Harrieke Himbergen. Afzakkende kniekousen, galgen, (om de broek op te houden letterlijk uiteraard) en niet compleet zonder je eigen pet natuurlijk. Je probeerde in zo`n onbewaakt zondags ogenblik, het verweerde bootje, dat daar lag, aan de modderige kant te hengelen. En stukje varen op het troebele water, naar de oneindige diepte staren, was uiteraard een avontuur van fantasie voor zo`n jonge gast, dat kunt u zich voorstellen. Den Aardbrand waar menig buurjongen zoals die van, Heezen, van Gansewinkel, Mulder, van Lendt, Verbruggen, Heesterbeek, Rooyakkers, van den Bosch, van der Linden en van Mierlo, te vinden waren in hun jonge tijd. Meisjes kwamen er natuurlijk niet zo vaak . Alleen als ze stiekem konden ontsnappen aan, de alles ziende ogen van nieuwsgierige dorpsbewoners. Die hielden immers, buiten de ouders, wel de ogen open. Al was het maar om iets te praten te hebben. En als er dan iets bijzonders te ontdekken viel (zoals een meisje in den Aerdbrand) was die nog niet jarig, zeker niet als je nog in de tienerjaren verkeerde. Er was weinig nieuws in het dorp om over te praten in die jaren. Elke kleinigheid kon zo worden opgeblazen tot iets groots. Men dacht toen aan je reputatie. Een net meisje ging niet over de tong. Er was nog geen internet en sociale media. Gelukkig bleven de dorpsroddels daardoor binnen de dorpsgrenzen.

Uitzondering vormden de kinderen van de aangrenzende buurtbewoners die de Aerdbrand in hun achtertuin hadden liggen en er zodoende ook hun speeltuin in vonden. Bij de familie Mulder hadden de kinderen bijvoorbeeld een touw over het water gespannen waar de jonge Muldertjes regelmatig aanhingen. Wedstrijdje wie het eerste te water ging, was een favoriete sport. Door de Aerdbrand liepen ten minsten twee flinke sloten die goed werden benut in de winter om er te schaatsen, dan wilde men immers kilometers maken en het ijs horen zingen. De sloot kwam uit op de bosloop,in de volksmond de Aa genoemd, aan de ruilverkavelingsweg. De doorgaande weg van Maarheeze naar Budel.

aardbrand 2

Helaas is het er niet meer, dat stuk natuur. Herten hebben plaats gemaakt voor koeien. Zelfs de naam is al vervaagd in de omgeving. Alleen de ouderen uit de omgeving spreken nog met respect over dit stuk herinnering van weleer. De tand des tijds heeft de Aerdbrand weggevaagd naar het verleden Er komt een tijd dat alleen de oudheidkunde nog zal spreken over dit deel van Maarheeze. Aangeduid op oude landkaarten. Van dat stukje Maarheeze dat, nu nog voor sommigen, persoonlijke herinneringen oproept aan mooie warme fijne zondagmiddagen. Men zou met zo`n stuk natuur, nu zeker voorzichtiger omspringen wat de overheid betreft, maar helaas voor de Aerdbrand is het te laat. Het bestond eeuwen, blijf op papier waarschijnlijk wel bestaan, maar door de mensheid verdwijnt het anno 2018 naar de rubriek geschiedenis. Hoeveel eeuwen de Aertbrand daar ongerept heeft gelegen is niet te achterhalen. Op internet kun je er nu al niets van terug vinden. Wikipeda heeft het zelfs niet in zijn bestanden staan. Googelen leverde weinig op. Een stukje uit Naamkunde Jaargang twee Liturgie en Taal uit 1970, beschrijft het onderstaande; Uiteraard voor diegene die dit interessant vinden.

Voor Burst in Oost-Vlaanderen zocht Mansion (Voornaamste Bestand deelen) aansluiting bij een woord bors-, burs- dat ‘stekelharen van dieren’ en ‘dicht kreupelhout’ zou hebben betekend. Carnoy, zowel in zijn ‘Origines des noms des communes de Belgique’ s.v. Borsbeek, Borsbeke en Burst, als in Mededelingen XXVII (1951) herleidt deze, en andere, namen met bors- eveneens tot een woord dat kreupelhout moet hebben betekend. C. Tavernier-Vereecken toont zich in haar ‘Gentse Naamkunde van ca. 1000 tot 1253’,door deze hypothesen echter niet overtuigd en is eer geneigd in Burst en Borsbeek een onverklaarde waternaam te zien.

Het tweede element van Den Aardborst, eertijds een ven ten noorden van Vessem, wordt door De Bont (Dialect van Kempenland, III, potentieel opgevat als verband te houden met barst waardoor de naam zoveel als ‘aardbreuk, aardkloof’ zou betekenen.

Of het woord aarde in deze, geologische, zin in het dialect van Kempenland voorkwam of voorkomt, heb ik in deel II van De Bont's werk niet kunnen vaststellen, maar ik vraag mij af of in de naam Aardborst niet eer het woord èèrd zit zoals dat in West-Brabant voorkomt in èèrdhoop, een hoop met plantenafval en dgl. die men laat rotten en als strooisel of mest gebruikt(e). J. Goossenaerts geeft in ‘De taal van en om het landbouwbedrijf in het noordwesten van de Kempen’, aarde 3 en 4 dezelfde betekenis.

Ik neig hiertoe te meer omdat het, gezien de samenstelling met brand, toch wel ditzelfde aard zal zijn dat zit in namen als den Aardbrand, een akker te Wintelre, den Ärdsbrant, een voormalig ven in de hei te Oerle, en den Esbrand (uit Erdsbrand), een voormalig ven te Dommelen (alle vermeld bij De Bont, Hieraan is nog toe te voegen het Aardbrandsven bij Budel.

Valt er nog toe te voegen dat men hier in bovenstaande artikel spreekt van de Aardbrandsven, terwijl men volgens Piet Rooyakkers schrijft “Den Aerdbrand”. Er is zelfs een bedrijfsnaam verbonden aan dit verdwenen, onvervalst stukje Maarheeze. Tja herinneringen. Mooi om aan terug te denken, maar geen werkelijkheid meer.

Thea van den Bosch

donderdag, 09 mei 2013 20:19

Rubriek Historie | "Was 't Tipke maar niet gegraven”

Written by

Door Drs. Jac. Biemans

(gesproken lezing tijdens de bijeenkomst voor ondernemers en verenigingen ten behoeve van het Virtueel Plein Maarheeze)

  

Hoezeer ik ook van mijn vak als historicus houd, ik ben niet zo van de valse sentimenten. De geschiedenis is van belang om iets in juist perspectief te kunnen zien en ook om van te leren. Geschiedschrijving is geen doel op zich maar kan bijdragen aan een betere wereld nu door er lessen uit op te doen. Laten we eens kijken of we dat kunnen toepassen op een andere liefde van mij, mijn geboortedorp Maarheeze.

Dat dorp is, laten we zeggen, de afgelopen eeuw sterk veranderd. Van een overwegend agrarisch dorp van zo´n zeshonderd thuiswerkende inwoners een eeuw geleden tot het economisch breder gefundeerde forensendorp van ruim 5200 inwoners nu. De eerste uitbouw van het dorp begon in de jaren vijftig met de komst van Philips. De ´nieuwe wijk´ werd gebouwd, hetgeen een autochtone Maarheezenaar deed uitroepen: ‘ze bouwen huuzen daor kunde doorhinne kieken’. De komst van al die vreemdelingen in ons dorp schijnt nooit echt een enorm probleem te zijn geweest, de Spanjaarden van het Spanjaardenkamp El Pinar, de Hollandse Philipswerknemers, de protestanten of nog anders denkenden…. Natuurlijk werd de kat uit de boom gekeken en viel het niet altijd mee maar na verloop van tijd vonden oud en nieuw Maarheeze hun draai in de politiek, religie en gemeenschapsleven. Als gemeenschap zou je Maarheeze met een beetje goede wil wel één kunnen noemen.

Het is daarom des te pijnlijker dat je dat voor het dorp, de nederzetting zelf als geheel niet kunt zeggen. Ik heb het niet over het feit dat ons dorp geen echte kern heeft en de vraag of dat wel zo’n ramp is. Ik heb het over een ander fenomeen dat ons dorp wel degelijk in tweeën deelt. Ik zal het u als historicus duiden en u dan mijn persoonlijke mening voor de toekomst meegeven.

Een paar maanden geleden trof ik op de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum een pagina aan met historische informatie over ons dorp. ‘Welkom in historisch Maarheeze’ staat er heel uitnodigend. Maar het eerste bericht dat ik er vervolgens zag staan was nou niet bepaald een aangename kennismaking met ons dorp: een leegstaand restaurant pal langs het talud van een hoger gelegen snelweg. ‘Deed A2 Maarheeze de das om’ vroeg de schrijver, Guido ’t Sas, oud-streekredacteur van het Eindhovens Dagblad, zich af.

bijdrage Guido t Sas

 

 

Hij legt in zijn stuk een link met een foto van datzelfde restaurant (u herkent Noord-Brabant van Fons Winters) in 1958: het terras met spartaans aandoende ijzeren klapstoeltjes aan de uit betonplaten bestaande rijksweg waarlangs ook de EMA zijn bushalte had. 

Biemans - hotel 

Ik neem u even nog wat verder terug in de tijd. Hoe is het eigenlijk misgegaan in ons dorp en wat kunnen we daar nu nog aan doen?

Maarheeze heeft eeuwenlang gelegen aan de nood-zuid verbinding tussen Den Bosch/Eindhoven en Weert/Maastricht. In het midden van de negentiende eeuw werd die weg, die dwars door het dorp liep en daar respectievelijk Leenderweg en Weerterweg heette, verhard.

 Biemand - kaart

Ter hoogte van het kruispunt met de weg naar Soerendonk en Budel ontwikkelde zich de bekende uitspanning Hof van Holland. Op de voorgrond dus de rijksweg, de weg naar de kerk was een provinciale weg.

 Biemans - Hof van Holland

Hier nog een fraai kiekje uit de tijd dat je als photograaf nog gewoon op de rijksweg kon gaan staan voor een opname. Maar dat duurde toen (deze foto is uit de jaren twintig) niet lang meer want…..

 Biemans - kruispunt

Inmiddels was het Rijkswegenplan 1927 vastgesteld en daarin werd besloten een nieuwe rijksweg op enige tientallen meters van de oude dwars door het dorp aan te leggen. Dit ondanks een felle reactie van de toenmalige gemeente Maarheeze die bezwaar had tegen een splitsing van het dorp in twee delen waardoor onder andere de kerk en de school aan de andere kant van een steeds drukkere snelweg zou komen te liggen met alle gevaren van dien.

 Biemans - bouwtek

De weg kwam er echter. Hiervoor werden vier woningen in de Kerkstraat gesloopt. Voor twee van de eigenaars verrezen in 1933 nieuwe panden, allebei ontworpen door de Budelse architect Louis Neeskens. Een werd later bekend als “’t Kruispunt van met name Broods, ’t ander zagen we al: Noord-Brabant van Fons Winters.

 

 Biemans - bouw A2

 Biemans - bouw A2 - 2

Biemans - kaart

 Biemans - hotel2

Waar Hof van Holland en ’t Huukske nu aan een binnenweg kwamen te liggen, maakten deze zaken aan het nieuwe kruispunt nu gouden tijden door. Met de naoorlogse welvaart nam langzaam maar zeker ook de vrije tijd en mobiliteit toe. In de jaren zestig werd de eenbaans weg verbreed tot een vierbaans rijweg met ter hoogte van het dorp een middenberm.

 Biemand - autoweg

Helaas nam het aantal slachtoffers nabij Maarheeze met de verkeerstoename evenredig toe. Om in ieder geval minstens de kinderen van de Mariaschool een veiliger oversteek te geven, werd door de genie in 1965 een baileybrug gebouwd. Ik herinner me nog goed dat we achter de Kroonsupermarkt van Harrie Verweerden de metalen brug over moesten.  

 Biemand - autoweg - overgang

En toen ging het goed mis voor Maarheeze, natuurlijk, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid was er iets voor te zeggen, al waren er ook andere opties. Men koos voor twee ongelijkvloerse kruisingen in het dorp, waardoor de E9/A2 het dorp definitief doormidden sneed en het talud van de weg een detonerend element werd.

 Biemans - snelweg

Het zand voor deze kunstwerken werd gewonnen naast de weg en leverde visvijver ’t Tipke op. Maar het betekende dus ook een gespiest dorp. Aan de ene kant van de weg ligt 95% van het hele dorp, aan de andere kant de 5% die vrijwel geheel op de Monumentenlijst staat en zelfs door Budelnaren als het mooiste stukje van Cranendonck wordt aangeduid.

 Biemans - cultuurkaart

 

En nu klinkt de roep om de snelweg ook op dit tracé te verbreden. Ik ben er op tegen wanneer het zou betekenen dat er weer aan ons dorp, en met name aan dit historische deel van Maarheeze wordt geknibbeld. Er is genoeg verdwenen en zoals gezegd, ons dorp moet weer één worden. Dat kan alleen maar door het ook ruimtelijk weer met elkaar te verbinden (ook in het centrumplan).

 Biemans - centrumplan

Dat kan maar twee dingen betekenen: de nieuwe A2 wordt om Maarheeze heengelegd of we doen het net als in Best en Maastricht: de weg gaat ondergronds, zodat we boven de weg weer één prachtig dorp hebben, zonder de fijnstof van het langsrazende verkeer. Na de onhaalbaar geachte maar uiteindelijk succesvolle publieksacties om een station in Maarheeze te krijgen en het gemeentehuis van Budel te behouden stel ik u een volgende actie voor: A2, Maarheeze één!

 Biemans - a2 een

Ik heb gezegd!

donderdag, 14 februari 2013 20:14

Historische column: kasteel Cranendonck

Written by

Rond 1250 is tussen Maarheeze en Soerendonk kasteel "Cranendonck" gebouwd. Vernoemd naar de natuurlijke omstandigheden ter plaatse ('kraan' van kraanvogel en 'donk' van heuvel).  

Het kasteeltje kent een rijke geschiedenis en heeft zelfs een band met ons Koningshuis.
Vanaf het midden van de zestiende eeuw tot het einde van het Ancien Régime heeft het kasteel toebehoord aan de Oranjes. In 1820 werden de Oranjegoederen als kroondomein verkocht en Cranendonck kwam hierdoor in particuliere handen.  Het kasteel werd in 1673 door de Fransen grotendeels vernield. De boerderij die nabij het kasteel stond, werd in 1899 afgebroken en vervangen door een villa; het huidige kasteeltje. In 1938 werd de gemeente Maarheeze eigenaar van het landgoed Cranendonck. De bestaande villa werd aangepast en in 1940 in gebruik genomen als gemeentehuis. Tot de samenvoeging van de gemeenten Maarheeze en Budel was de gemeente Maarheeze gevestigd in kasteel Cranendonck.